Algemeen

Gevonden bij Colette: een weekje naar Parijs

Coletter Hein van der Hoeven verkoopt op zaterdagmiddagen boeken bij Colette. In de rubriek ‘Gevonden bij Colette’ doet hij verslag van zijn vondsten.

Reisgidsen: ze liggen op twee plaatsen in de winkel. Achterin, in het gangetje, een paar hoge stapels. En aan de straat, toepasselijk in reiskoffers. Logisch dat reisgidsen bij Colette belanden. Je gaat met vakantie naar Sevilla, de Eifel of Japan, koopt een reisgids, en je weet: ik zal niet vlug nogmaals daarheen gaan, misschien heeft een ander er plezier van. Colette is dan een goede bestemming. Naast bijna gloednieuwe reisgidsen kom je in de winkel – Colette is immers ook een antiquariaat – ook oude tot zeer oude exemplaren tegen.

Voor mij hebben die oude reisgidsen een bijzondere aantrekkingskracht. Zo vond ik ooit bij
Colette een gids van voor reizen in Schotland uit de jaren ’60. Ik herinnerde mij die gids, een uitgave van de toenmalige topuitgever van reisboeken Allert de Lange, van vroeger. Prijs: 2 euro. Ik heb de gids met veel plezier gebruikt toen ik naar Schotland met vakantie ging. Aan de hotelinformatie heb je niets meer, maar voor de beschrijving van de natuur, oude stadjes, geschiedenis is zo’n gids nog goed bruikbaar. Mooie beginzinnen: ‘Het land waaraan deze gids is gewijd, Schotland, ligt aan de overkant van de grote stroom de Tweed. En om de ziel daarvan te begrijpen, moet men zijn toevlucht niet nemen tot de folders van de reisbureaus (…), maar tot de nationale dichters sir Walter Scott, de magistrale, en Robert Burns,
bohémien en Don Juan.’ Zo wordt in deze gids meteen een band gelegd met literatuur. Dat
lees ik als Coletter natuurlijk graag.

Binnenkort ga ik een weekje naar Parijs. Ik vond de afgelopen weken bij Colette twee oude gidsjes. Een deeltje in de serie ‘Le monde en couleurs’, een Franse serie uit de jaren ’50 en ’60, waarvan ik vaker deeltjes bij Colette ben tegengekomen. Veel tekst, 500 pagina’s, met in mijn ogen wat knullige plattegrondjes van de verschillende arrondissementen. Ook onhandig is dat de gids geen index heeft. Daar staat tegenover dat de tekst over de geschiedenis van de stad gedegen is. Voorin zit een krantenbericht uit 1951 waarin de Parijse correspondent zich kwaad maakt over de existentialisten zoals Jean-Paul Sartre in een stad waar de afvalligheid (van de rooms-katholieke kerk) ‘de laatste tientallen jaren steeds verontrustender vormen aanneemt’.

Nog meer plezier beleef ik aan de vondst van ‘Plan de Paris en 12 coupures’ met schitterende plattegrondjes, kaarten van metronet, trams en buslijnen en achterin twee kaartjes van alle trein- en bootverbindingen (met reistijd) vanuit Parijs naar de rest van Europa en de wereld. De band van het gidsje is beschadigd, de prijs 5 euro. Er staat geen jaartal in het boekje. De hoofdstad van Noorwegen heet nog Christiana, een naam die in 1925 (bron: Wikipedia) in Oslo werd veranderd. Meer dan 100 jaar oud moet het boekje dus zijn. Voorin ligt een briefje van de gebruiker: namen van hotels, restaurants (‘’Ganloff, voor 7,50 Francs, zeer goed’), openingstijden van musea. Deze aantekeningen zijn gemaakt op het briefpapier van een Haagse aannemer, de firma Pietersen, kantoor Smidswater 26, telefoon 674.

Een telefoonnummer van 3 cijfers! Dat papier moet nog veel ouder dan het gidsje zijn. Alleen al om dat briefje zou ik het gidsje gekocht hebben.